Perlite


Hoe worden perlite-korrels gemaakt en wat zijn de eigenschappen?

Perlite is de mineralogische benaming voor een niet-gekristalliseerd gesteente van vulkanische oorsprong; het is dus een natuurproduct. Perlite bestaat in hoofdzaak uit aluminiumsilicaat en wordt gekenmerkt door een enigszins glasachtig uiterlijk, met kleine concentrische barstjes aan het oppervlak. Dit "vulkanische" glas wordt op talrijke plaatsen op de aarde aangetroffen.

Voor technisch gebruik moet het ruwe gesteente eerst verwerkt worden. Grote brokken worden via mechanische weg tot kleinere stukken vergruisd en daarna gezuiverd. De stukken worden vervolgens geëxpandeerd. Hiertoe worden zij in ovens snel tot een zeer hoge temperatuur verhit, waarbij zij eerst volgens de concentrische barstjes in kleine korrels uiteenvallen, alvorens het gesteente week wordt, doch net nog niet is gesmolten. Het chemisch in het gesteente gebonden water (2-6%) veroorzaakt een gelijktijdige expansie van de verweekte korrels tot ca. 20 maal het oorspronkelijke volume.

Het resultaat: nagenoeg bolvormige deeltjes met een gesloten celstructuur, die een zeer gering gewicht bezitten.

Met behulp van een luchtstroom worden de verschillende korreldiameters gescheiden. Als spouwmuurvulling worden korrels met een diameter tot 3 mm toegepast. Om de geëxpandeerde korrels voor de toepassing als spouwmuurvulling blijvend waterafstotend te maken, worden zij met een waterwerend siliconenmiddel geïmpregneerd.

Net als bij vlokken van minerale wol gaat het bij gesiliconiseerde perlite-korrels om een "kant-en-klaar" product.
Doordat de korrels zo klein van afmeting zijn, is het mogelijk om in bepaalde gevallen - bijvoorbeeld bij blinde topgevels - de spouw van bovenaf te vullen via bij de nokvorsten, beginvorsten of eindvorsten geboorde vulgaten. De korrels gedragen zich n.l. min of meer als droog zand en stromen in de spouw naar alle kanten, onder vorming van een talud.

Bij gevels met ramen wordt gebruik gemaakt van inblaasapparatuur die lijkt op die waarmee minerale wolvlokken in de spouw worden geblazen. Via slangen worden de korrels zodanig in de daarvoor geboorde vulgaten geblazen dat een volledige vulling, ook onder raamdoorbrekingen, is gewaarborgd.
Vanwege de fijnheid van het materiaal moeten alle openingen, kieren enz. vòòr het isoleren zeer zorgvuldig van een blijvende afdichting worden voorzien, om het uitstromen van de korrels te verhinderen. Omdat gesiliconiseerde perlite-korreIs volkomen inert zijn, worden zij bij contact met bouwmaterialen niet aangetast, en tasten op hun beurt de materialen evenmin aan. Contact met verduurzaamd bouwhout, leidingen van hard PVC of polyetheen, kabelmantels van rubber of weekgemaakt PVC heeft dus geen gevolgen. Verder is het materiaal, uiteraard bestand tegen aantasting door schimmels en zwammen; door inwerking van warmte verweekt het niet. Hoewel iedere korrel op zichzelf een gesloten celstructuur bezit (waarop de isolerende werking berust) is de spouwvulling uit aparte korrels toch volledig waterdamp doorlatend, zodat het muurwerk kan "ademen". Voor verstikking van bouwhout hoeft dan ook niet te worden gevreesd.